Zonder bomen geen bos. Maar bos is natuurlijk veel meer dan bomen: een ecosysteem met bomen en andere planten, dieren, schimmels en micro-organismen. De ontwikkeling van dat alles is afhankelijk van abiotische factoren: bodem, water en klimaat. Binnen het bos als leefgebied is er een wisselwerking tussen organismen onderling en met de abiotische omgeving. Deze Twaalf boslessen richten zich echter vooral op de bomen, zij bepalen het aangezicht van het bos en vormen de sleutel voor het beheer, het bosbeheer.

Een bos verandert continue. Toch beleven de meeste bezoekers het bos als statisch: het is er zoals het er is, en het is altijd zo geweest. Alleen de wisseling van de seizoenen wordt beleefd, in de herfst kleuren de bladeren en in het voorjaar is daar het frisse groen. Omdat de meeste andere veranderingen langzaam gaan, vallen ze niet op. Bomen worden ieder jaar iets groter: er komt een jaarring bij en de takken worden wat langer. Omdat alle bomen groter worden en de totale groeiruimte beperkt is, ontstaat er onderlinge concurrentie. Ze strijden om ruimte en licht. Die strijd verloopt gestaag, heel geleidelijk. Dat gebeurt hoog in het kronendak van het bos. Daardoor ontgaat ook dat de meeste bezoekers.