a. Hoe ziet een onbeheerd bos er uit?

Bos redt zich natuurlijk prima zonder menselijke ingrepen. Als zagen wordt nagelaten heeft dat onmiskenbaar voordelen: geen of weinig beheerkosten, geen verstoring door machines en dergelijke en geen beschadiging aan wegen en paden door de houtafvoer. Bovendien kan communicatie met gebruikers over zaagwerkzaamheden achterwege blijven. Nadeel is natuurlijk dat er geen hout geoogst wordt, het bos levert dan geen bijdrage aan de grondstoffenvoorziening en er zijn geen inkomsten uit hout. Bovendien zal in veel situaties de biodiversiteit teruglopen doordat het bos een lange tijd in een dichte fase verkeert (zie hiervoor les 3a). De waardering van de bezoekers voor dergelijke onbeheerde bossen is natuurlijk een kwestie van smaak, daarover meer in les 11. Het is sowieso interessant om stil te staan bij het bosbeeld dat ontstaat als lange tijd niet wordt ingegrepen.

Hoe een dergelijk bos zich ontwikkelt hangt onder andere af van de mate waarin het bos door grote zoogdieren wordt begraasd. De effecten daarvan zijn weer erg afhankelijk van de bezetting aan grazers. Bij een lage bezetting zullen bijvoorbeeld dennenbossen spontaan evolueren naar inheems loofbos van berk, eik en beuk, met struiken als lijsterbes en vuilboom.

Bij een hoge graasdruk Een zogenaamde exclosure op de Hoge Veluwe. In het afgerasterde deel kunnen geen grazers komen, daarbuiten is het bos goeddeels kaal., zoals in grote delen van de Veluwe remmen de grote grazers (vooral edelherten) de ontwikkeling naar loofbos en verjongt op veel plaatsen uitsluitend grove den, die wordt niet gegeten. Maar ook konijnen kunnen, als ze met vele zijn, door geknaag aan de jonge boompjes de vestiging van loofbos tegenhouden.

Oerbos hebben we al in geen duizenden jaren meer in Europa, met uitzondering van enkele bossen in de Karpaten. Overal waar mensen komen, verdwijnt het bos of wordt het bos sterk door het gebruik beïnvloed. Fraaie bordjes in Duitsland leiden je naar prachtig oud bos met veel levende en dode dikke bomen, maar er is geen sprake van oer. Het zijn restanten van een intensief door de mens gebruikt bos Er werd in gehakt, strooisel uit gewonnen voor de stallen en er werd vee in het bos gehoed..  Zelfs het veel geroemde ‘oerbos Bialowieza’ in Polen vertoont welbeschouwd Tussen de vele linden en esdoorns (beuken ontbreken er wegens het continentale klimaat) staan imposante oude eiken. Jongere eiken ontbreken in het hele bos. Er moet dus een periode geweest zijn waarin het bos veel opener was en eiken kans kregen om op te groeien. Ook de breedte van de eikenkronen maken duidelijk dat dit bos in het verleden veel opener geweest moet zijn. tekenen van menselijk gebruik en beheer in het verleden. Voor veel bos en natuurreservaten is ‘oer’ dan weliswaar een illusie, bossen die lange tijd niet beheerd zijn kunnen van grote waarde zijn voor onderzoek en zijn voor velen een bron van rust en inspiratie.

b. Bosreservaten

Bosreservaten zijn gebieden waar geen maatregelen worden uitgevoerd en dus geen hout uit wordt geoogst. De reservaten zijn ingesteld ten behoeve van hun bescherming De meest bossen die de status Bosreservaat hebben gekregen zijn bijzondere bossen en vragen om bescherming. Het zijn vaak oude bossen, op bijzondere groeiplaatsen met dito vegetaties. en voor onderzoek. Ze vormen ideale studieobjecten en leveren kennis over spontane processen in bossen.

In Vlaanderen onderscheidt men integrale bosreservaten en gerichte bosreservaten. In de Integrale reservaten vinden geen maatregelen plaats, daar is maximale ruimte voor spontane processen. In gerichte bosreservaten kunnen beheermaatregelen plaatsvinden om bepaalde natuurwaarden te behouden of te versterken. Voorbeelden zijn het vrijstellen van bijzondere bomen, het wegnemen van storende exoten en dergelijke. Ook uit de gerichte reservaten wordt geen hout geoogst, tenzij er sprake is van het instandhouden van hakhoutbeheer.

Verspreid over Nederland liggen zestig bosreservaten. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen integrale of gerichte bosreservaten. De reservaten zijn zorgvuldig beschreven door bosspecialisten. Ze hebben onder andere de groei en sterfte van de bomen, de ondergroei en de humuslaag vastgelegd.